Maak kennis met het concept: Werk aan Fysiek Werk!
Fysieke arbeid is van alle tijden en dat zal zo blijven ook. Bedrijven die kiezen voor een maatschappelijke verantwoorde omgang met fysiek werk zullen zich de vraag stellen: Hoe dan? Wat moet ik daarvoor doen? Wanneer kan men met recht een beroep doen op het ‘label’: maatschappelijk verantwoord?
Het concept ‘Werk aan Fysiek Werk! geeft antwoord op deze vragen. Daarin worden zes belangrijke aandachtsgebieden benoemd en uitgewerkt, namelijk:
- “Training van de medewerkers”
- “Coaching van de medewerkers”
- “Werkplek en organisatie van het werk”
- “Professionele herstelbegeleiding”
- “Professionalisering van het werk”
- “Goed werkgeverschap: gezondheid en leeftijdsbewust personeelsbeleid”
Een aantal bedrijven laat al sinds enige jaren zien dat het mogelijk is om een dergelijke aanpak in de praktijk te realiseren. Zij zijn daar enthousiast over en zien hun investeringen beloond door een laag arbeidsverzuim, meer betrokken medewerkers en een hogere productiviteit.
Het concept is ontwikkeld door Buro voor Fysieke Arbeid op basis van meer dan 25 jaar praktische ervaring met deze onderwerpen. Het wordt in het najaar van 2011 gepresenteerd.

Ontvang ook het boek: Werk aan Fysiek Werk!
Als u interesse heeft in de eerste publicatie van het boek, dan kunt u zich hier opgeven via deze link.
Wilt u meer weten over het concept?
Als u interesse heeft om met ons van gedachte te wisselen over het concept neem dan contact met ons op.
Het concept 'Werk aan Fysiek Werk!' in 6 stappen
Stap 1: Training van de medewerkers
Het eerste aandachtsgebied in het concept ‘Werk aan Fysiek Werk!’ is de training van de medewerkers. Het geven van “voorlichting en doeltreffend onderricht” is een wettelijke verplichting. Veel fysieke belasting hangt direct samen met de werkwijze en motoriek die medewerkers hebben op de werkvloer, samengevat: de arbeidsmotoriek. Voor veel vormen van fysieke arbeid is er inmiddels een arbeidsmotoriek die minder belastend is. Deze motoriek kan alleen maar worden overgedragen via een motorisch leerproces, net zoals je leert tennissen of zwemmen. Dat betekent echt trainen dus. Maar deze training is de moeite meer dan waard: een professionele arbeidsmotoriek heeft een positieve invloed op productiviteit, werkbeleving en fysieke belasting.
Stap 2: Coaching van de medewerkers
Coaching op de werkvloer is het tweede aandachtsgebied. Degene die direct leiding geeft aan medewerkers met fysiek werk moet naast de aansturing van een groep ook de coaching in de fysieke aspecten van het werk verzorgen. Hij kan fysiek werk en fysieke belasting beoordelen, een begeleiden tijdens het leerproces verzorgen of organiseren, maar bovenal heeft hij/zij interesse in deze materie en borgt hij de aandacht voor dit aspect in de organisatie. Deze coaching is voor hem een middel om de performance van de groep te verbeteren. Indien nodig kan hij daarbij ondersteuning krijgen van assistent-coaches op de werkvloer.
Stap 3: Werkplek en organisatie van het werk
Aandacht voor de werkomgeving en de taakinhoud van de medewerkers is het derde onderdeel. Structurele aandacht voor de werkplek en werkorganisatie is essentieel. Daarbij vormt het wettelijke kader van de ARBO- wet een basis. Maar zeker zo belangrijk is dat er, onder leiding van de coach fysieke arbeid, een goed vertaling plaatsvindt naar de werkvloer waardoor een voortdurende zoektocht naar verbeteringen in het werk ontstaat op de werkvloer.
Stap 4: Professionele herstelbegeleiding
Het vierde aandachtgebied is de begeleiding van de medewerkers met fysieke klachten. Deze begeleiding kent een organisatorische aspect, waarin onder andere verantwoordelijkheden en procedures belangrijk zijn. Maar daarnaast is er een, misschien nog wel belangrijker, inhoudelijk aspect. Dit is een professionele herstelbegeleiding die is vormgegeven van thuis tot op de werkplek. Hieronder wordt verstaan: een deskundige begeleiding van het herstelproces bij fysieke klachten, uitgevoerd door een specialist met als primaire doelstelling: terugkeer in het werk. Daarbij wordt het natuurlijke herstelproces gestimuleerd door een juiste programmering van activiteiten en een goede opbouw van de belasting en wordt de terugkeer naar het werk als integraal onderdeel in die programmering opgenomen. Tevens wordt de eventuele overbelasting in het werk onderzocht en waar mogelijk weggenomen door training en/of aanpassing.
De regulier gezondheidszorg biedt deze vorm van herstelbegeleiding (nog) niet en moet daarom vanuit de bedrijven worden opgezet.
Stap 5: Professionalisering van het werk
Aandacht voor de professionalisering van het werk is het vijfde onderdeel. Fysiek werk heeft vaak een ongeschoold karakter terwijl er wel degelijk sprake is van vakmanschap op de werkvloer. Door de professionaliteit die men van medewerkers verwacht te definiëren en te expliciteren in de organisatie en medewerkers daarin gericht te trainen kan het ongeschoolde karakter worden weggenomen kan het imago worden verbeterd en kan de werkbeleving worden verbeterd met positieve gevolgen voor betrokkenheid, kwaliteit en productiviteit.
Stap 6: Twee accenten in goed werkgeverschap: gezondheid en leeftijdsbewust personeelsbeleid
Het laatste en zesde aandachtsgebied is de aandacht voor de ontplooiing van de medewerker. Veel mensen die fysiek werk verrichten vinden zich daar erg goed thuis. Met een goede begeleiding en waardering zijn zij op hun plek. Er is echter ook een groep medewerkers die in het fysiek werk terecht komen terwijl zij zich nog verder zouden kunnen ontplooien. Door hierop gericht beleid te voeren met onder andere een structurele analyse, begeleiding en scholing kan de duurzame inzetbaarheid worden vergroot.



